Mensen met dyslexie hebben problemen met het lezen en/of spellen. Hiernaast kunnen zich ook geheugenproblemen of woordvindingsproblemen voordoen.


Is er sprake van dyslexie?

Dyslexie kan pas worden vastgesteld nadat het formele leesonderwijs is begonnen. In de groepen 1 en 2 kunnen er wel signalen zijn die mogelijk een voorbode zijn van problemen met het leren lezen en spellen. Het gaat dan om kenmerken als: moeite hebben met rijmen en/of met ‘hakken en plakken’, moeilijk de dagen van de week, kleuren en liedjes/ versjes kunnen onthouden en geen belangstelling hebben voor letters.

In de loop van groep 3 kan het duidelijker worden of er aanwijzingen zijn voor dyslexie . Dit doet zich voor als het kind het aanvankelijk leesproces niet goed oppakt. Het aanleren van de letters en het lezen van woorden en zinnen blijkt een moeizaam proces te zijn. Ook na extra oefening blijven er problemen met lezen en schrijven bestaan. De motivatie om te lezen of te schrijven verdwijnt al heel snel als het kind geen positieve ervaringen opdoet. Als het kind iets niet leuk vindt of niet kan, dan doet hij het liever niet meer. U kunt lezen leuk en spannend houden door veel voor te lezen, ook uit moeilijker boeken. De woordenschat en het begrip blijven zich dan ontwikkelen.
In de meeste gevallen wordt dyslexie duidelijk in groep 4 of 5. Nu is het echt tijd om in te grijpen, anders wordt de achterstand te groot. Allereerst is het belangrijk om contact met de school van uw kind op te nemen en met de leerkracht te gaan praten. De school kan veel doen aan lees- en schrijfproblemen. Mocht de extra hulp op school niet het gewenste resultaat hebben, kan de school helpen met de aanvraag van een dyslexieonderzoek.

Kinderen met een hogere intelligentie of een goed geheugen kunnen tijdens de eerste jaren op de basisschool compenseren. Soms wordt dan pas in groep 5 of nog later duidelijk dat er sprake is van dyslexie. Er kan dan alsnog een onderzoek aangevraagd worden.

Definitie dyslexie

Er zijn verschillende definities van dyslexie in gebruik. In het protocol Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (Blomert) is de volgende werkdefinitie opgenomen:
“Dyslexie is een specifieke lees- en spellingstoornis met een neurobiologische basis, die wordt veroorzaakt door cognitieve verwerkingsstoornissen op het raakvlak van fonologische en orthografische taalverwerking. Deze specifieke taalverwerkingsproblemen wijken proportioneel af van het overige cognitieve, en m.n. taalverwerkingsprofiel en leiden tot een ernstig probleem met het lezen en spellen van woorden ondanks regelmatig onderwijs. Dit specifieke lees- en spellingprobleem beperkt in ernstige mate een normale educatieve ontwikkeling, die op grond van de overige cognitieve vaardigheden geïndiceerd zou zijn”.

De letterlijke betekenis van dyslexie is: niet kunnen lezen. In Nederland gebruiken we de term echter niet alleen voor het niet kunnen lezen. Ook het niet kunnen spellen wordt onder de term dyslexie geschaard. Deze problemen komen vaak samen voor, maar kunnen ook apart van elkaar voorkomen. Lees- en spellingproblemen kunnen enkel dyslexie genoemd worden wanneer blijkt dat het leesonderwijs van goede kwaliteit is geweest en extra intensieve begeleiding binnen of buiten school niet tot verbetering van het lees- en spellingproces heeft geleid. Er moet sprake zijn van hardnekkige problematiek.

Bij kinderen met dyslexie wordt het technisch lezen belemmerd. Het is geen stoornis in het begrijpend lezen. Wanneer het technisch lezen echter veel moeite en energie kost, is het mogelijk dat het begrijpend lezen hier onder te leiden heeft

Oorzaak dyslexie

Er bestaat veel onduidelijkheid over de oorzaken van dyslexie. Duidelijk is dat het zich afspeelt in de hersenen. Om vlot te kunnen lezen moeten tekens (letters), en combinatie van tekens, heel snel aan klanken gekoppeld worden. Het hersengebied waarin de letter-klankkoppeling plaatsvindt lijkt bij kinderen met dyslexie minder te zijn ontwikkeld of minder bereikbaar te zijn. De aangeleerde letter-klankkoppeling wordt hierdoor incorrect of onvolledig opgeslagen in het geheugen. Het gevolg is dat deze koppelingen tevens minder goed op te halen zijn uit het geheugen om ze om te kunnen zetten in een woordbeeld.

Er is bij dyslexie tevens sprake van een erfelijke factor. Een kind met één ouder met dyslexie heeft 40 tot 50% kans zelf aanleg voor dyslexie te hebben, een kind met twee dyslectische ouders heeft hierop 80% kans.

Herkennen dyslexie

Het eerste wat opvalt bij kinderen met dyslexie zijn de moeilijkheden die ze ervaren bij het lezen en spellen. Bij het hardop lezen kan opvallen dat een kind met dyslexie een laag leestempo heeft doordat veel woorden worden gespeld. Andere kinderen hebben een vlot leestempo, maar maken veel fouten doordat ze de radende strategie gebruiken. Een combinatie van beide is tevens mogelijk.
Bij de spelling valt op dat kinderen langdurig veel spellingfouten maken. Kinderen blijven nog lang fouten maken in de teken-klankkoppeling en komen vaak niet toe aan het toepassen van spellingregels. Kinderen met dyslexie proberen vaak per woord te onthouden hoe het geschreven moet worden. Dit is echter een te grote belasting voor het geheugen waardoor het niet allemaal onthouden kan worden.
Naast de lees- en spellingproblemen kunnen eventueel ook de volgende kenmerken zichtbaar zijn:

  • Tijdens de kleutertijd valt op dat het kind moeite heeft met het onthouden van kleuren, dagen van de week, namen van andere kinderen, liedjes en versjes.
  • Op latere leeftijd valt op dat kinderen moeite hebben met onthouden van willekeurige reeksen als de tafels, de maanden van het jaar enz..
  • Het kind heeft moeite met het onthouden van (lange) gesproken instructies.
  • Het kind kan snel afdwalen wanneer veel verbale informatie wordt gegeven.
  • Het kind ervaart woordvindingsproblemen.
  • Problemen met automatiseren van kennis ook bij andere vakken. Bijvoorbeeld het leren automatiseren van optellen, aftrekken en de tafels bij rekenen, topografie.

Wat is dyslexie niet?

  • Kinderen met dyslexie zijn niet dom of lui.
  • Dyslexie is geen gevolg van een gebrek aan intelligentie.
  • Het is geen modeziekte of hype van dit moment.
    Slechts 4% van de Nederlandse bevolking heeft dyslexie.